 |
|
Bijbeltekst
|
|
Nieuwe testament: Matteus 04, 1-11
1 Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel. 2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger. 3 En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood worden. 4 Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord dat uit de mons Gods uitgaat. 5 Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en Hij stelde Hem op de rand van het dak van de tempel, en zeide tot Hem: 6 indien Gij Gods Zoon zijt werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 7 Jezus zeide tot Hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here uw God niet verzoeken. 8 Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid 9 en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geve, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. 10 Toen zeide Jezus tot Hem: Ga weg Satan! Er staat immers geschreven: De Here uw God, zult gij aan bidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
Deze bijbeltekst is gebruikt tijdens de kerkdienst(en)
- (12R11) Kerkdienst met de Evangelische Broedergemeente Amsterdam Stad en Flevoland (26-2-2012)
- (R13) Kerkdienst met de Protestantse Gemeente Drachten West (13-3-2011)
- Eerste zondag van de veertigdagentijd (13-2-2005)
- Kerkdienst vanuit de Remonstrantse Kerk in Eindhoven (17-2-2002)
|
|
|
|