 |
|
Bijbeltekst
|
|
Oude testament: Jesaja 42, 1-9
Dit schrijft Jesaja, letterlijk vertaald. God zegt:
Mijn knecht hier, die ik steun, mijn uitverkorene, de vreugde van mijn ziel, op hem geef ik mijn geest. Het recht brengt hij voort voor de volkeren. Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij laat die op de straat niet horen. Een geknakt riet breekt hij niet en een kwijnende vlaspit dooft hij niet uit; naar waarheid brengt hij het recht voort. Hijzelf kwijnt niet en wordt niet geknakt tot hij op aarde recht heeft gebracht. Op zijn levenswet wachten de verste landen.
Zo heeft God gesproken, de Reddend Aanwezige God, die de hemel schiep en haar uitspande, die de aarde uitspreidde en al wat daaruit voortkomt, die aan het volk de adem geeft en de geest aan hen die op aarde wandelen: IK, jouw Bevrijder-God, riep jou in gerechtigheid, ik greep je bij de hand, ik behoed jou en stel je tot verbond van het volk, tot licht van de volkeren, om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn. IK BEN ER: dat is mijn naam en mijn eer geef ik aan geen ander, noch mijn lof aan de gesneden beelden: het vroegere, hier, het is gekomen, en het nieuwe kondig ik jullie aan, eer het opkomt, doe ik het jullie horen.
Deze bijbeltekst is gebruikt tijdens de kerkdienst(en)
- De doop van Jezus (13-1-2008)
- Kerkdienst van de Protestantse gemeente in de Koningkerk in Voorburg (2/2) (9-1-2005)
- Kerkdienst vanuit de Martinikerk in Sneek (13-1-2002)
|
|
|
|